Inclusief schrijven: do’s en don’ts

Soms vloeien woorden op (digitaal) papier. Maar bij het nalezen merk je dat je – onbewust – geen rekening hield met de inclusiviteit van je tekst. Je voorziet in dat geval maar beter een aanpassingsronde. Dankzij inclusief taalgebruik kan iedereen zich in je tekst herkennen. Je schrijft dus ongeacht het gender, geslacht, geloof, ras of seksuele voorkeur. Maar hoe schrijf je nu zo’n tekst waarin iedereen zich thuis voelt? Met enkele tips onderschrijven we het belang van inclusiviteit. 

> Lees ook: 6 tips voor sterke online copy

Waarom is inclusieve copy je aandacht waard?

Je zal er bij het schrijven van een tekst nauwelijks bij stil staan, maar je ontvanger doet het wel. Het gevoel van je lezer primeert altijd. Daarbij is inclusieve communicatie dus van strategisch belang voor je organisatie. De taal die we spreken of schrijven, draagt immers bij aan een gevoel van verbondenheid bij je lezer. Het gaat dus niet enkel over woordkeuze, maar ook over tone of voice en taalniveau. Dat lijken heel wat balletjes om in de lucht te houden, maar ze bezorgen je wel extra respect van je lezer. Kleine aanpassingen hebben hier een groot effect. 

Als bedrijf draag je een bepaalde verantwoordelijkheid. Ook in je communicatie. Met inclusief taalgebruik bereik je de volledige organisatie of al je klanten. Elk individu zal zich dan gehoord voelen in je tekst. 

4 tips die inclusief schrijven kinderspel maken 

1. Omzeil de hij/zij-keuze op een slimme manier

Je wil je klant graag persoonlijk aanspreken, zonder daarbij één doelgroep voor te trekken. Hoe je dat probleem oplost? Probeer creatief te zijn in het meervoud. Of herformuleer en spreek rechtstreeks aan. Zo vermijd je automatisch die onnodige keuze tussen hij of zij. Genderneutraal spreekt ook gewoon meer mensen aan. Kies dus liever voor ‘beste lezer’ dan voor ‘geachte heer of mevrouw’. Van de zin ‘de dokter moet zijn patiënt op de hoogte brengen’ maak je moeiteloos ‘de dokter moet de patiënt op de hoogte stellen’. Zo ga je er niet standaard van uit dat de dokter een man is. En breng je die boodschap ook niet over op je lezer. De tijd dat man en vrouw de enige aansprekingsvormen waren, ligt ook volledig achter ons. Vermijden is dus de beste oplossing. Gebruik dus ‘ouders’ in plaats van ‘vaders en moeders’ of ‘mama’s en papa’s’.

Willen we met deze tip beweren dat je nooit meer een ‘hij’ of ‘zij’ in een tekst mag gieten? Of mag verwijzen naar een beroep met een mannelijk of vrouwelijk voornaamwoord? Natuurlijk niet. Maar hou je doelpubliek altijd voor ogen. 

2. Stop met hokjesdenken in je woordgebruik

Tijd om enkele taalgevoeligheden bloot te leggen. Zeg niet zomaar ‘Klaas is gehandicapt’, maar pak het subtieler aan: ‘Klaas heeft een mentale beperking’. Mensen ‘zijn’ hun gebreken niet, ze ervaren die alleen maar. Kleine nuances in de tekst voelen al een stuk inclusiever aan voor je lezer. Spreek dus niet over een ‘alcoholist’ of ‘obesitaspatiënt(e)’, maar over ‘iemand met een alcoholverslaving of obesitas’. Zo teken je geen hokjes rond de problemen die een persoon ervaart, maar ga je op een respectvolle manier om met een beperking of een moeilijkheid. Een goede tip is om onnodige verwijzingen naar het fysieke of intellectuele vermogen van een persoon of groep beter te mijden. Zo maak je de tekst labelvrij en luchtiger

3. Ban achterhaalde stereotypen uit je tekst

Ons dagelijks woordgebruik staat bol van de straatoude clichés. Al sinds mensenheugenis gaan we ervanuit dat vrouwen kinderen willen, mannen enkel interesse hebben in bier en voetbal en dat LGTBQI louter een vreemde mengelmoes van letters is. Van dat soort taalgebruik en gedachten stap je beter af bij het opstellen van een tekst. Niemand kan voor een volledige doelgroep beslissen wat hij/zij/hen/die/ … leuk moet vinden. Ga daar dan ook niet van uit in je verwoordingen. Door ze uit je teksten te laten, bevestigen we ze ook niet.

Extra tip: houd ook rekening met inclusiviteit als je foto’s kiest bij je tekst! 

4. Gebruik het juiste taalniveau voor je doelgroep

Niets zo vervelend voor lezers om op papier te zien staan dat ze niet begrijpen. Om de grootst mogelijke doelgroep slim te bereiken, let je dus best op het taalniveau van je tekst. Standaard grijpen we terug naar een B1-niveau in taal. Dat is het niveau van ongeveer 80% van de bevolking. Vermijd daarbij moeilijk jargon, tenzij het écht noodzakelijk is. En leg dat dan ook uit. Lees de tekst eens door de ogen van de doelgroep. Begrijpt iedereen de termen en leest de tekst vlot? Want dat is het doel van je tekst: de boodschap zo helder mogelijk tot bij je lezer brengen. Een goede tip als je een erg brede doelgroep hebt: schrijf je tekst zodat zelfs je grootouders in grote lijnen begrijpen waarover je het hebt.

Conclusie

Inclusief schrijven lijkt op het eerste zicht misschien moeilijk, maar het is slechts een kwestie van routine. Maak een lijstje met dingen waarmee je best rekening houdt in de tekst en je bent vertrokken. Weet je écht niet hoe je de doelgroep kan aanspreken? Vraag het hen. Zal je nog fouten maken? Zeker weten. Gaan we op die manier richting een betere en inclusievere toekomst? 100%!  

Nood aan inclusieve teksten voor jouw organisatie maar zelf geen tijd of inspiratie? Schakel onze copywriters in! Neem vandaag nog contact op!

14 redenen waarom jouw contentmarketing niet werkt

Heb je weinig of zwakke leads, weinig bezoekers, weinig clicks? We sommen in deze whitepaper 14 redenen op waardoor het fout kan lopen en geven tips hoe je dit kan vermijden.